Werkgever mag vakantie-uren niet eenzijdig afschrijven

Een werkgever mag bij de eindafrekening uren van ongeoorloofde afwezigheid niet eenzijdig verrekenen met verlofuren. Hof Den Bosch stelt een werkgever zowel op het punt van de verrekening van vakantie-uren met ongeoorloofd verzuim, als de verrekening bij de eindafrekening van niet teruggegeven bedrijfseigendommen in het ongelijk.

Een chauffeur bij een technische groothandel verricht vanaf 9 februari 2009 zonder geldige reden geen werkzaamheden meer. Hij wordt daarom op 11 maart door de werkgever op staand voet ontslagen wegens werkweigering.

Bij de eindafrekening betaalt de werkgever aan de werknemer het resterende loon tot 11 maart (€ 602,66 bruto), een vergoeding voor nog niet-genoten snipper- en verlofdagen (€ 828,18 bruto) en de vakantietoeslag over de periode juni 2008 tot en met 10 maart 2009 (€ 1.447,31 bruto). Over het saldo van de verrekende verlofuren ontstaat een geschil. De werkgever was uitgegaan van 72 verlofuren. Volgens de werknemer betrof het echter 260 verlofuren. Het verschil komt doordat de werkgever de dagen van ongeoorloofde afwezigheid sinds 9 februari heeft verrekend. In totaal betreft dit 182 uur. Daarnaast bedroeg volgens de werkgever het verlofsaldo, waar die 182 uur mee zijn verrekend, niet 260 uur zoals de werknemer stelt, maar 254 uur. Daarnaast had de werkgever nog € 1200 in mindering gebracht voor het niet inleveren van bedrijfseigendommen. De kantonrechter had in deze zaak geoordeeld dat de inhouding van het bedrag van € 1.200 niet terecht was. Wel mocht de werkgever vakantiedagen inhouden in verband met de ongeoorloofde afwezigheid van de werknemer.

In hoger beroep krijgt de werkgever zowel op het punt van de verrekening van niet-ingeleverde bedrijfseigendommen als op het punt van de verlofuren het hof niet aan zijn zijde.

Het hof oordeelt dat op grond van artikel 7:638 BW de werkgever de vakantie vaststelt overeenkomstig de wens van de werknemer, tenzij zich daartegen gewichtige redenen verzetten. Het is derhalve niet aan de werkgever om eenzijdig te besluiten wanneer de werknemer vakantie heeft. Dat de werknemer ongeoorloofd afwezig was, maakt dat niet anders. De werkgever verweert zich nog door te stellen dat hij niet eenzijdig een vakantie heeft vastgesteld maar loon heeft verrekend, omdat over de dagen van ongeoorloofde afwezigheid geen loon verschuldigd was. Maar dit verweer faalt, omdat uit de stukken blijkt dat de werkgever wel degelijk vakantiedagen had vastgesteld. Maar ook als hij dat wel had gedaan, dan zou dat in strijd zijn met de strekking van het bepaalde in de artikelen 7:632 BW en 7:638 BW in onderling verband bezien. Bij de beëindiging van de dienstbetrekking had de werkgever dus niet alle tegoeden van de werknemer verrekend. Het stond de werkgever ook niet vrij die tegoeden te verrekenen met het bedrag van € 1200 voor niet teruggegeven bedrijfseigendommen. Het hof meent dat artikel 7:632 BW, dat een limitatieve opsomming bevat van vorderingen die tijdens de looptijd van de dienstbetrekking voor verrekening vatbaar zijn, bij de eindafrekening niet van toepassing is. Dat betekent dat de werkgever bij de eindafrekening gewoon conform titel 12 van boek 6 BW kan verrekenen. Voor een geslaagd beroep op verrekening ingevolge artikel 6:136 BW is vereist dat de gegrondheid op eenvoudige wijze moet zijn vast te stellen. Dat was volgens het hof hier niet het geval. Ook kon de werknemer volgens het hof zich met recht beroepen op zijn opschortingsrecht.

Jurisprudentie: Hof Den Bosch 19-08-2014, HD 200.110.229_01 (ECLI:NL:GHSHE:2014:2809



Word lid van Vakbond ABW. Wij adviseren u verder en dat tegen een zeer laag contributiebedrag van € 12,- per maand (als u 23 jaar en ouder bent). Dat is nog geen 40 eurocent per dag!

Bezoek onze website www.vakbondabw.nl
Vakbond ABW:

  • De vakbond voor iedereen in Limburg,
  • De vakbond kort bij u in de “buurt”.